Mijn Bosvijvers

In mijn eerste bosvijver leven bijzonder veel dieren en planten. Toch is de vijver pas 3 jaar oud. Een jong ecosysteem dus. Hier zien we de situatie van de vijver: onder een grote beuk en een Amerikaanse eik ligt de vijver, er vallen dus in het najaar zowel beuken als eikenbladeren in. Die halen we er in principe vooralsnog niet uit. Je ziet dat op het wateroppervlak zich al enkele drijvende planten bevinden, Potamogeton natans is duidelijk herkenbaar, en een klein eendekroos. Het kroos houden we binnen de perken, want voordat je het weet groeit het wateroppervlak dicht, en sterft een groot deel van de levende have door licht gebrek en de daarmee samenhangende veranderende watersamenstelling.

Schermafbeelding 2016-05-06 om 16.45.41Vijvers en sloten herbergen veel levende wezens, wie kent niet de intrigerende schoolplaat van rond de tweede wereldoorlog die we hierboven afbeelden. Daar zien we een aantal bekende vijver bewoners rondzwemmen: van rechts naar links, de larve van de geelgerande watertor, de kikker, een dikkopje, een waterkever, de geelgerande waterkever, de waterspin, de salamander en de waterspin. Boven het wateroppervlak de ringslang, de groene en de bruine kikker.

Mijn vijver heeft nu, op 3 mei, een pH van 7,7 en de temperatuur is rond de 20 graden. Dat komt omdat in het voorjaar de zon in de vijver schijnt en het water snel opwarmt.

IMG_1845Op 5 mei is er een nieuwe, tweede vijver naast de vierkante eerste door mij in de tuin aangelegd. Deze vijver bevat ook meer moeras onderdelen. De 2de dag zwom de eerste bruine kikker al rond en inmiddels is de vijver verrijkt met o.a. zomerkroos, gele lis, moeras paardestaart (equisetum palustris), en penningkruid. De bruine kikker vindt de vijver duidelijk geschikt, want er zitten binnen een week al enkele aan de oever te zonnen.

Ook door mensenhanden gemaakte vijvers zijn zeer belangrijk:

“available data point toward the idea that artificial, ‘‘man-made’’ ponds are not fundamentally ecologically different from the ‘‘natural’’ ones”

Citaat uit: The ecological role of ponds in a changing world. Article in Hydrobiologia · February 2014.

Groepen (stedelijke) vijvers (urban ponds) vormen een ‘vijverschap’ (naar analogie van een landschap), die migratie van vele aquatische dieren mogelijk maakt. Van de ene vijver naar de andere. In onze straat hebben we bijvoorbeeld al in de tuinen van de eerste 5 huizen samen 7 vijvers. De kikkers en salamanders bijvoorbeeld kunnen zo van de ene vijver naar de andere migreren.
Om de kennis van de vijver ecologie een goed fundament te geven, is het noodzakelijk een aantal kernbegrippen uit de aquatische ecologie te bespreken.

Begrippen uit de aquatische oecologie

Er zijn een aantal belangrijke begrippen vanuit de oecologie ontwikkeld die een context bieden om over de levensgemeenschappen te spreken die in een vijver voorkomen. De grondlegger van de zoetwater oecologie in ons land was de lector aan de Amsterdamse Universiteit Dr Heinrich Carl Redeke (1873-1945). Hij heeft het fundament geslagen voor de zoet- en zoutwater hydrobiologie en voor de vijver ecologie in het bijzonder. Daarom volgen we hier met de definitie van een aantal voor de hydrobiologie belangrijke begrippen zijn beschrijvingen uit het leerboek Hydrobiologie, dat postuum in 1948 uitgegeven werd.

Redeke begint met 2 termen, biotoop en biocoenose: biotoop is de ‘woonplaats’ van een groep samenlevende organismen, en de biocoenose is de levensgemeenschap die daar woont.

Vervolgens komen aan de orde de thermokline in water: een niveau in water waarbij de watertemperatuur ineens sprongsgewijs verandert. Dit komt door de stralingswarmte die in diepere wateren niet meer voldoende verwarmingskracht heeft. In de diepe wateren is daardoor de temperatuur veel constanter. Daar leven de koud-stenotherme organismen. De watermassa onder een thermokline wordt hypolimnion genoemd. Dat boven de thermokline epilimnion.
Duidelijk is dat een vijver zoals die van mij, die maximaal 80 cm diep zijn en waar de zon dus makkelijk in kan doordringen uitsluitend tot het epilimnion behoren, een waterlaag waarin de temperatuur sterk kan fluctueren. De planten en dieren in het epilimnion kunnen dan ook tegen dergelijke sterke temperatuursveranderingen.

Advertisements