Euglypha strigosa in gewoon haakmos (Rhytidiadelphus squarrosus)

Schermafbeelding 2016-05-21 om 10.04.51Gewoon haakmos (Rhytidiadelphus squarrosus) komt veel voor in beschaduwde grasvelden, ook hier dus, het beschaduwde gras is duidelijk rechts van het huis te zien. Van Mos is bekend dat het micro-organismen kan bevatten, waaronder met name de beschaalde amoeben een belangrijke plaats innemen. Er wordt echter behalve veenmos, weinig naar andere soorten mos gekeken. Vandaar dat wij een veel voorkomende mossoort onder handen namen, die in elke tuin tussen het gras kan voorkomen.

We namen 10 gram haakmos, en brachten dat in 200 ml water, via een magnetische roerder de massa 10minuten geroerd. Samples genomen en gecentrifugeerd. Er kwamen enkele radardiertjes, mosdiertjes en verschillende ciliata in voor. Maar met name zee frequent een beschaalde amoebe (testate amoebe), behorende tot het Genus Euglypha Dujardin, 1841. Euglypha strigosa (Ehrenberg, 1848) wordt gekarakteriseerd door de volgende aspecten (citaat Ferry Siemersma):

Shell ovoid, laterally compressed, and composed of oval shell-plates; siliceous spines may project from the junctions of the shell-plates either singly or in pairs, randomly distributed over the whole of the body surface and varying in both size and shape; spines are held in position by organic cement and are often dislodged in preparation; aperture circular and surrounded by ten to thirteen denticulate apertural-plates; each apertural-plate is roughly oval, thickened at the denticulate margin, and carries a large median tooth with either three of four smaller teeth on each side; nucleus large with one or a few small nucleoli; plasma and filopodia normal.

Het diertje hier heeft duidelijk de silicium stekeltjes en silicium dekplaatjes, alsmede de deticulaire plaatjes (tandachtig) bij de mondopening.

PLUS0004.JPG
Euglypha strigosa (ciliata)

Penard heeft deze soort in 1902 aangeduid als Euglypha strigosa (Leidy), en schrijft daarover dat er verschillende namen voor dit wezen in omloop zijn, waaronder ook door Ehrenberg Difflugia strigosa ( in Abhand. Ak. Wiss. Berlin 1871.)::

Après avoir de mon côté décrit cette espèce en 1890 sous le nom de Euglypha strigosa Leidy, j’avais plus tard renoncé en principe à la considérer comme espèce, et je comptais, dans le cas où je la retrouverais à Genève, la mentionner simplement comme une variété de Euglypha ciliata; mais après l’avoir revue et examinée sous toutes ses faces, je crois qu’il y a bien là une espèce parfaitement autonome, qui, si elle présente de grands rapports avec la précédente, s’en distingue cependant constaniment par des caractères qui la feront toujours reconnaître sans trop de difficulté.

Euglypha is een genus dat vaak in mossen voorkomt, en deze soort wordt ook wel aangeduid met Euglypha ciliata.

Leidy beeldde enkele exemplaren als volgt af in 1879:

Schermafbeelding 2016-05-23 om 21.49.10
Leidy: Euglypha Ciliata (1879)

De functie van dit wezen en verwante soorten is het positief beïnvloeden van afbraak van organisch materiaal, en het speelt dus een rol bij de compostering. Het eet bacterien en planten-afval (detritus).

Het organisme wordt gezien als bioindicator. Leden van dit genus worden gevonden in de grond, in mos, in moerassen en in zoetwater sedimenten.

Een determinatie sleutel van dit genus is onder de link te vinden. 

Penard maakte de volgende afbeeldingen:

Schermafbeelding 2016-05-21 om 08.49.05

De schaal van de Euglypha

De schalen van beschaalde amoeben kunnen van verschillend materiaal zijn, materiaal dat het dier in zijn omgeving vindt, maar ook materiaal dat zelf gesynthetiseerd is. Dat laatste is het geval bij de Euglyphidae. We citeren Calkins (1920) in zijn ‘THE BIOLOGY OF THE PROTOZOA’ daarover:

The tests are simple, one-chambered structures of widely-varied form, frequently ornamented with spines and processes. The basis of all shells is a pseudochitinous membrane which, in some forms is greatly thickened and constitutes the test; in other cases foreign particles are cemented to the outside of the chitinous membrane (Difflugia, Centropy.ris, etc.), and in still other cases silicious plates are precipitated in the endoplasm in the vicinity of the nucleus, and deposited on the chitinous membrane in definite patterns characteristic of different genera {Euglypha, Quadnda).

Verdere bronnen:

Babrov, Anatoly A., Andrei A. Andreev, Lutz Schirrmeister, Christine Siegert. “Testate amoebae (Protazoa: Testacealobosea and Testacaefilosea) as bioindicators in the Late Quaternary deposists of the Bykovsky Peninsula, Laptev Sea, Russia.” Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology. 2004;209:165-181.

Micrographia. The Testate Amoebae.

Wylezich C, Meisterfeld R, Meisterfeld S, Schlegel M. “Phylogenetic analyses of small subunit ribosomal RNA coding regions reveal a monophyletic lineage of euglyphid testate amoebae (Order Euglyphida).” The Journal of eukaryotic microbiology. 2002 Mar-Apr;49(2):108-18.

 

Advertisements

Pyxidicula cymbalum Penard, 1902 in de vijver

Hier zien we bij 400 x vergroting een beschaalde amoeba, uit het Genus Pyxidicula, vermoedelijk Pyxidicula cymbalum, beschreven door de beroemde Franse micro-hydro-oecoloog Penard in 1902.

De dagnose: de schaal is plat (schijfachtig), kleurloos of bruin gekleurd, met pikkeltjes. De apertuur is rond en bezoomd met een smalle rand.

Deze amoebe werd gevonden op de bodem, 20 cm diep, van een vijver tussen blad en waterpissebedden. De soort komt echter ook voor in veenmos.

Gedetailleerde beschrijving op de website van de Amoebe specialist Ferry Siemersma:

http://www.arcella.nl/pyxidicula-cymbalum

Penard schreef over het genus Pyxidicula:

Ehrenberg a créé ce genre en 1838, pour une seule espèce, la Pyxidicula operculata, caractérisée par une coquille rigide, en forme de verre de montre très bombé, dont le bord se replie par-dessous en une marge très étroite, de sorte que l’enveloppe est presque complètement ouverte à sa face inférieure. Le plasma est analogue à celui des Arcella.

En de volgende afbeelding is van zijn hand:

Schermafbeelding 2016-05-20 om 23.23.26

De soort is waargenomen in uiteenlopende biotopen, van uitgedroogd mos, tot en met waterzuiveringsinstallaties en meren in de Himalaya’s.

Ferry Siemersma: Diagnosis: Shell patelliform, colorless, but usually brown in color, distinctly punctuated. Aperture round, bordered by a more or less narrow rim. Contractile vacuole single. Pseudopodia unknown.